Ruben Zondervan

Soms is geen advies het beste advies

Het is een hardnekkig fenomeen in de publieke sector: adviesraden en wetenschappers leveren met grote zorgvuldigheid rapporten af, die vervolgens in de onderste la belanden, stof liggen te vangen op een plank of slechts voor kennisgeving worden aangenomen. Na een vaak feestelijke presentatie verdwijnen ze in het bureaucratische niemandsland. De aanbevelingen? Die krijgen vaak geen beleidsmatige doorwerking en worden niet geoperationaliseerd. Zo herhaalt de cyclus zich: nieuwe problemen vragen om nieuwe inzichten, nieuwe inzichten vragen om nieuwe rapporten die vervolgens ook weer in een la verdwijnen. Ondertussen wachten de problemen nog op een oplossing.

(Overigens: veel van die rapporten zijn echt goed en interessant, en worden door consultants zoals ikzelf graag gebruikt als basis voor ons eigen advieswerk. Met andere woorden: wij schrijven vervolgens weer een rapport voor een specifiekere vraag. En ja, ik ben me volledig bewust van de ironie.)

Recent vroeg de Minister van Klimaat en Groene Groei om een nieuw advies aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) over de uitvoeringsmiddelen die provincies en gemeenten tussen 2031 en 2035 nodig hebben voor hun taken in het klimaat- en energiebeleid. Ook werd gevraagd naar de aard en omvang van de benodigde investeringskosten en de wijze van bekostiging daarvan.

In plaats van een dik nieuw rapport, dat ik overigens met veel interesse gelezen zou hebben want de vragen zijn uiterst relevant voor mijn werk, schreef de ROB een brief terug aan de minister. Een keurige brief, maar met een boodschap die helderder is dan elk nieuw adviesrapport had kunnen zijn.

Over de uitvoeringskosten:

De Raad voor het Openbaar Bestuur acht het op dit moment voorbarig om deze adviesvraag te beantwoorden. Allereerst constateert hij dat aan het vorige advies geen gevolg is gegeven een vervolgrapport lost dat probleem niet op.

Over de investeringskosten:

Voor het schatten van de benodigde investeringskosten (...) is het allereerst noodzakelijk om inzicht te verkrijgen in de mate van betrokkenheid van decentrale overheden bij deze investeringen. Dit vergt echter primair een beleidsmatige afweging en betreft minder een onderzoeksvraag. Voor de meest omvangrijke investeringsopgaven geldt daarbij dat het vooralsnog ontbreekt aan een eenduidig uitgekristalliseerd beeld om algemene conclusies te kunnen trekken.

En in het algemeen:

De ROB grijpt deze gelegenheid aan om, in lijn met eerder uitgebrachte adviezen, te benadrukken dat een effectief decentraal klimaat- en energiebeleid vraagt om een breed gedragen meerjarig beleidsperspectief, inclusief een bijbehorende structurele en toereikende bekostiging.

De brief is beleefd in toon, maar hard in de inhoud: gemeenten hebben te maken met onzekere en incidentele middelen voor klimaatbeleid, externe beperkingen zoals netcongestie en stikstof, en een gebrek aan uitvoeringscapaciteit. Over dat laatste heb ik recent met collega's een onderzoek voor de VNG afgerond waarin het probleem goed duidelijk wordt: Werk maken van de energietransitie. De kern van de brief is glashelder: gemeenten staan voor de keuze óf hun ambitieuze doelstellingen te handhaven en daardoor zelf voor de kosten op te draaien, óf de beleidsambitie te laten varen en zich te richten naar het beperkte budget dat beschikbaar is - een advies verandert daar niets aan.

Kortom: geen advies, maar een uitleg waarom geen advies gegeven wordt; en dat is in deze situatie misschien wel het beste advies.

#energietransitienotitie