Ruben Zondervan

Thorium als Elysium

Een eco-modernistische ideologie, een rode haring, of simpelweg een zorgwekkend gebrek aan kennis in het lokale bestuur?

Als er een groot vraagstuk met betrekking tot de energietransitie op de agenda van een gemeenteraad staat, dan zal met grote waarschijnlijkheid in dat debat het woord "Thorium" of "Thoriumreactor" vallen. Het doet er meestal niet toe of het gaat over de Regionale Energiestrategie, energiearmoede, het oprichten van een warmtebedrijf, een startnotitie van een wijkuitvoeringsplan of de locatie voor een hoogspanningsstation. Op de een of andere manier krijgen, meestal raadsleden van lokale partijen of van rechts-populistische partijen, het voor elkaar om dit woord te gebruiken in het debat.

Waarom?

Wat is een Thoriumreactor?

Een thoriumreactor is een type kernreactor dat thorium gebruikt als grondstof. Het is een technologie die in debatten graag, en zeker niet onterecht, wordt gepresenteerd als “schone en veilige kernenergie” maar die nog onrijp is en decennia ontwikkeling vergt. De eerste echte doorbraak kwam pas recent: China’s experimentele TMSR-LF1, de eerste reactor die een werkende thoriumcyclus met vloeibare brandstof combineert.

In 2023–2025 doorliep deze reactor de volledige technologische routekaart: draaien op vol vermogen, bewezen omzetting van thorium naar splijtbaar uranium, én online bijvullen zonder stillegging. Daarmee is TMSR-LF1 de eerste concrete demonstratie dat een thoriumreactor überhaupt werkt, iets wat tot voor kort vooral hypothetisch was. Zelfs in het meest optimistische scenario blijft commerciële toepassing pas rond 2040–2045 haalbaar, waarschijnlijk eerst in niches zoals industriële warmte. En de werkelijkheid is vaak vele malen trager dan het meest optimistische scenario.

Drie mogelijke verklaringen

1. De eco-modernistische reflex: technofix als ideologisch anker

Voor een deel van de lokale politiek fungeert thorium als symbool van een bredere eco-modernistische wereldvisie. Een geloof in grote technologie als de route uit de klimaatcrisis: kernenergie, CCS, synthetische brandstoffen, SMR’s, en natuurlijk de thoriumreactor.

Of het lokaal relevant is, doet er nauwelijks toe. Gemeenten bouwen geen kerncentrales; ze worstelen met netcapaciteit, warmte-infrastructuur en ruimtelijke keuzes. Maar thorium biedt narratief comfort: het suggereert dat er een toekomstig alternatief bestaat waarmee vervelende besluiten vermeden kunnen worden. Het dient als projectiescherm voor technologische wenselijkheid; een wereld waarin we geen windturbines hoeven plaatsen en geen wijken hoeven te isoleren.

2. Thorium als rode haring: vluchten van de concrete werkelijkheid

In lokale energiedebatten zijn de echte keuzes vaak politiek pijnlijk: tracés, transformatorstations, warmtenetten, participatie, landschap, windturbines. Thorium werkt dan als afleidingsmanoeuvre. De discussie verschuift van: “Durven wij een besluit te nemen over deze lastige ruimtelijke ingreep?” naar: "Waarom investeren wij niet in die mooie toekomstige kerntechnologie die alles oplost?

Het frame is simpel: de technologie komt eraan, dus laten we nu geen moeilijke keuzes maken. Daarmee wordt het debat verlegd van het hier-en-nu naar een toekomst die veilig buiten het mandaat van de huidige gemeenteraad ligt. Een rode haring van de betere soort: perfect om pijnlijke verantwoordelijkheid te vermijden.

3. Gebrek aan kennis: de tragiek van het lokale energiegeheugen

Dan de eenvoudigste verklaring: veel raadsleden hebben simpelweg onvoldoende inzicht in het energiesysteem. Niet uit onwil, maar omdat de materie extreem complex is: netcongestie, MIEK-programmering, ACM-bevoegdheden, warmtebronnen, de nieuwe Energiewet, regionale programmering, systeemefficiëntie, Wet collectieve warmtevoorzieningen, salderingsregeling, afstandsnormen. In zo’n kennisvacuüm werkt thorium” als cognitieve afkorting:

Klaar. Dat het niets met lokale bevoegdheden te maken heeft, geen realistische tijdlijn kent en volledig buiten de gemeentelijke governance valt, blijft onbesproken. Daardoor wordt thorium gedachteloos op tafel gelegd in debatten over energiearmoede, warmtetransitie, de RES of zelfs kabeltracés. Thorium wordt een klimaatjoker in het politieke kaartspel.

Een perfecte drieslag

De drie factoren versterken elkaar:

Daarbij is thorium een risicoloos argument: het kost niets, verplicht tot niets, en is moeilijk in één zin te weerleggen zonder technisch te worden. En precies dat maakt het aantrekkelijk in een tijd waarin de energietransitie steeds concreter wordt, steeds meer ruimte vraagt, en steeds meer lokale pijn veroorzaakt. Naja, er is het risico dat mensen die wel kennis hebben van de energietransitie je uitlachen. Maar dat is een verwaarloosbaar risico voor een gemeenteraadslid van een lokale en/ of (recht)populistische partij.

De terugkerende roep om thorium in gemeenteraadsdebatten zegt weinig over kernenergie en veel over de staat van het lokale energiedebat en de soms toch zorgwekkende kwaliteit van het lokaal bestuur (zie ook mijn analyse van de SMR-plannen van Opmeer). Thorium fungeert als:

Thorium lost geen enkel lokaal energietransitievraagstuk op.

Er zijn meer van dit soort concepten die in debatten worden rondgestrooid, maar thorium blijft het schoolvoorbeeld. Een ander populair idee is dat van de Small Modular Reactors (SMR). De ontwikkeling daarvan staat echter al een stuk verder, waardoor de roep om concreet te worden groter is. Concreet worden met SMR’s is lastig en vaak helemaal niet de bedoeling van wie het argument opwerpt. Waterstof voor de gebouwde omgeving hoort in dezelfde categorie thuis: installatietechnisch niet onmogelijk, maar praktisch en markttechnisch onhaalbaar.

Aan de andere kant van het spectrum vind je de Luddites, die met evenveel overtuiging onrealistische oplossingen aandragen. Denk aan het idee dat netcongestie verdwijnt als we “gewoon” minder gebruiken en in de buurt energie delen, of dat het wegjagen van industrie het algemeen belang zou dienen. Daar speelt naar mijn mening echter vooral een naïeve kijk op de complexiteit van de energietransitie mee en geen drieslag van dromen, driestheid, en domheid zoals bij thorium.

De moraal van het verhaal

De terugkerende thorium-reflex zegt dus weinig over kerntechnologie en des te meer over het lokale bestuur hier en daar: liever dromen over een hypothetische reactor in 2050 dan besluiten over een transformatorstation in 2026. De energietransitie wordt er geen milliwatt sneller van, maar het debat wel comfortabeler. Toch is juist dat comfort het probleem. Bestuurders die technologische fantasieën durven te negeren en voor de ongemakkelijke werkelijkheid gaan. Dat zijn de mensen die de energietransitie vooruithelpen. Voorlopig houd ik thorium gewoon op de bingo-kaart die ik altijd maak voordat ik naar vergaderingen van gemeenteraden ga. Het blijft tenslotte een gegarandeerde voltreffer.

#energietransitienotitie